Overview
Deze lecture behandelt complexe overerving met focus op genomische imprinting en de syndromen Angelman en Prader-Willi, inclusief de achterliggende genetische mechanismen.
Overervingspatronen en imprinting
- Complexe overerving betreft eigenschappen die niet volgens eenvoudige Mendeliaanse patronen vererven.
- Genomische imprinting betekent dat de expressie van een gen afhangt van de ouder van wie het gen afkomstig is.
- Imprinting gebeurt tijdens de vorming van geslachtscellen en beïnvloedt de werking van de overgedragen genen.
Casus: Angelman en Prader-Willi syndroom
- Angelman syndroom ontstaat door het ontbreken of niet functioneren van het moederlijke gedeelte van chromosoom 15.
- Typische kenmerken Angelman syndroom: ernstige verstandelijke beperking, spraakproblemen, balansstoornissen en een vrolijk gedrag.
- Prader-Willi syndroom ontstaat door het ontbreken of niet functioneren van het vaderlijke gedeelte van chromosoom 15.
- Prader-Willi kenmerken: spierzwakte bij geboorte, eetproblemen in vroege kindertijd, later overmatige eetlust en obesitas.
- Beide syndromen zijn voorbeelden van ziekten veroorzaakt door fouten in imprinting.
Terminologie en genetische mechanismen
- Imprinting gebeurt door DNA-methylering, waarbij genen uit één ouder tijdelijk 'uitgezet' worden.
- Uniparentale disomie: beide chromosomen van een paar zijn afkomstig van één ouder, wat bijdraagt aan imprintingsstoornissen.
- Deleties in een bepaald chromosoomgebied zorgen, afhankelijk van de ouderlijke oorsprong, voor het Angelman- of Prader-Willi syndroom.
Key Terms & Definitions
- Complexe overerving — overerving waarbij meerdere genen en omgevingsfactoren een rol spelen.
- Genomische imprinting — proces waarbij de expressie van een gen afhankelijk is van de ouderlijke oorsprong.
- Uniparentale disomie — beide chromosomen van een chromosomenpaar zijn van dezelfde ouder.
- DNA-methylering — chemische modificatie van DNA die genexpressie beïnvloedt.
- Deletie — het ontbreken van een deel van een chromosoom.
Action Items / Next Steps
- Bestudeer de mechanismen van imprinting en de bijbehorende syndromen in het leerboek.
- Oefen met casussen over Angelman en Prader-Willi syndroom.
- Bereid je voor op vragen over hoe imprinting leidt tot verschillende fenotypen.