In dit webinar werden de belangrijkste fiscale hervormingen uit het federale regeer- en zomerakkoord besproken, met directe impact op ondernemers.
Onder leiding van Peter Roze en Hilde Smits kwamen vier kernthema’s aan bod: nieuwe meerwaardebelasting voor aandelen, aanpassingen aan dividendregimes, verstrenging van DBI-voorwaarden, en wijzigingen rond DBI-bevek.
Belangrijkste veranderingen betreffen de invoering van een (getrapte) meerwaardebelasting op aandelen vanaf 1 januari 2026, aanpassingen in het VVPR-bis en de liquidatiereserve, strengere voorwaarden voor DBI-aftrek bij grote ondernemingen en fiscale aanpassingen voor beleggingen via DBI-bevek.
Vragen kunnen na het webinar gesteld worden aan de KBC-contactpersoon of relatiebeheerder.
Action Items
Geen expliciete actiepunten of deadlines geformuleerd tijdens het webinar; deelnemers worden wel verwezen naar hun relatiebeheerder voor persoonlijke casussen of bijkomende vragen.
Meerwaardebelasting op aandelen
De nieuwe meerwaardebelasting op aandelen is gepland in te gaan op 1 januari 2026, maar het wetgevingsproces is nog lopende; het traject via Raad van State, commissies en parlement moet nog worden afgerond.
De belasting is van toepassing op natuurlijke personen en rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, met enkele uitzonderingen (bv. bepaalde vzw’s, niet-inwoners).
Enkel meerwaarden opgebouwd vanaf 1 januari 2026 vallen onder de nieuwe regeling; bestaande meerwaarden blijven buiten scope.
Residuaire regeling (beleggers zonder aanmerkelijk belang): 10% belasting met jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (soms op te hogen tot 15.000 euro).
Waardering niet-beursgenoteerde aandelen kan via vier methodes: transactie met onafhankelijken, waarde bij oprichting/kapitaalverhoging, bedrijfsrevisor/accountant, of contractuele waardebepaling.
Wijzigingen dividendregimes: VVPR-bis en liquidatiereserve
Wijzigingen in VVPR-bis en liquidatiereserve zijn wet vanaf juli 2025.
VVPR-bis: Tussentarief van 20% wordt afgeschaft voor aandelen uitgegeven vanaf 1 januari 2026; tariefstructuur wordt 30% tijdens wachttijd, daarna 15%. Voor bestaande aandelen verandert niets.
Liquidatiereserve:
Voor reserves aangelegd vanaf 1 januari 2026: Tarief bij uitkering na wachttijd verhoogd van 5% naar 6,5%; wachttijd zelf wordt verkort naar 3 jaar.
Bij uitkering voor einde wachttijd geldt een tarief van 30%; vermijden aanbevolen.
Bij liquidatie blijft de uitkering volledig vrijgesteld van belasting.
Voor bestaande reserves vóór 1 januari 2026: keuze om na 3 jaar uit te keren tegen 6,5% (in plaats van na 5 jaar tegen 5%); keuze af te stemmen op individuele situatie en first-in-first-out-principe.
Verstrengde DBI-voorwaarden voor grote ondernemingen
Wijzigingen van het boekjaar na 3 februari 2025 zijn niet tegenstelbaar om misbruik te voorkomen.
Wijzigingen DBI-bevek
Fiscale behandeling verandert als niet voldaan wordt aan de minimale bedrijfsleidersbezoldiging: de roerende voorheffing op coupons is dan niet langer verrekenbaar of terugbetaalbaar.
Meerwaardebelasting van 5% ingevoerd, maar niet van toepassing bij inkoop van eigen aandelen door de DBI-bevek zelf.
Mogelijke verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging staat (nog) niet in wetgeving.
Decisions
Tussentarief van 20% bij VVPR-bis afgeschaft voor nieuwe aandelen (vanaf 2026) — praktijk wijst uit dat het effect gering is, omdat de meeste vennootschappen toch wachten tot 15% mogelijk is.
Verhoging gecombineerde belastingdruk liquidatiereserve naar 15% — gelijkstelling met VVPR-bis gewenst; wachttijd verkort van 5 naar 3 jaar.
Verstrenging DBI-participatievoorwaarde grote ondernemingen — beoogt loutere beleggingen uit te sluiten van DBI-voordeel.
Verrekenbaarheid roerende voorheffing bij DBI-bevek gekoppeld aan minimale bedrijfsleidersbezoldiging — sturing richting correcte bezoldigingspolitiek.
Open Questions / Follow-Ups
Individuele opportuniteit om vervroegd (na 3 jaar) uit te keren uit liquidatiereserves aan 6,5% in plaats van 5% na 5 jaar: situatie-afhankelijk, te bespreken met relatiebeheerder.
Eventuele toekomstige verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging (45k → 50k euro): nog geen wetgeving of ontwerpwet bekend.
Voor alle persoonlijke en uitzonderingssituaties wordt verwezen naar de KBC-relatiebeheerder voor advies op maat.