💼

Fiscale Hervormingen 2026

Oct 9, 2025

Summary

  • In dit webinar werden de belangrijkste fiscale hervormingen uit het federale regeer- en zomerakkoord besproken, met directe impact op ondernemers.
  • Onder leiding van Peter Roze en Hilde Smits kwamen vier kernthema’s aan bod: nieuwe meerwaardebelasting voor aandelen, aanpassingen aan dividendregimes, verstrenging van DBI-voorwaarden, en wijzigingen rond DBI-bevek.
  • Belangrijkste veranderingen betreffen de invoering van een (getrapte) meerwaardebelasting op aandelen vanaf 1 januari 2026, aanpassingen in het VVPR-bis en de liquidatiereserve, strengere voorwaarden voor DBI-aftrek bij grote ondernemingen en fiscale aanpassingen voor beleggingen via DBI-bevek.
  • Vragen kunnen na het webinar gesteld worden aan de KBC-contactpersoon of relatiebeheerder.

Action Items

  • Geen expliciete actiepunten of deadlines geformuleerd tijdens het webinar; deelnemers worden wel verwezen naar hun relatiebeheerder voor persoonlijke casussen of bijkomende vragen.

Meerwaardebelasting op aandelen

  • De nieuwe meerwaardebelasting op aandelen is gepland in te gaan op 1 januari 2026, maar het wetgevingsproces is nog lopende; het traject via Raad van State, commissies en parlement moet nog worden afgerond.
  • De belasting is van toepassing op natuurlijke personen en rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, met enkele uitzonderingen (bv. bepaalde vzw’s, niet-inwoners).
  • Enkel meerwaarden opgebouwd vanaf 1 januari 2026 vallen onder de nieuwe regeling; bestaande meerwaarden blijven buiten scope.
  • De heffing wordt ingevoerd naast het bestaande abnormaal beheer-regime (33% belasting), waarbij nu ook meerwaarden binnen normaal beheer van het privévermogen worden belast.
  • Er geldt een drievoudig regime (kaskade):
    • Interne meerwaarden bij verkoop aan een gecontroleerde vennootschap (gecontrolleerd door verkoper en familie)
    • Aanmerkelijk belang (min. 20% rechtstreeks aandeelhouderschap): getrapte tarieven en vrijstelling tot 1 miljoen euro (éénmaal per 5 jaar), daarna oplopend tarief afhankelijk van meerwaardegroottes
    • Residuaire regeling (beleggers zonder aanmerkelijk belang): 10% belasting met jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (soms op te hogen tot 15.000 euro).
  • Waardering niet-beursgenoteerde aandelen kan via vier methodes: transactie met onafhankelijken, waarde bij oprichting/kapitaalverhoging, bedrijfsrevisor/accountant, of contractuele waardebepaling.

Wijzigingen dividendregimes: VVPR-bis en liquidatiereserve

  • Wijzigingen in VVPR-bis en liquidatiereserve zijn wet vanaf juli 2025.
  • VVPR-bis: Tussentarief van 20% wordt afgeschaft voor aandelen uitgegeven vanaf 1 januari 2026; tariefstructuur wordt 30% tijdens wachttijd, daarna 15%. Voor bestaande aandelen verandert niets.
  • Liquidatiereserve:
    • Voor reserves aangelegd vanaf 1 januari 2026: Tarief bij uitkering na wachttijd verhoogd van 5% naar 6,5%; wachttijd zelf wordt verkort naar 3 jaar.
    • Bij uitkering voor einde wachttijd geldt een tarief van 30%; vermijden aanbevolen.
    • Bij liquidatie blijft de uitkering volledig vrijgesteld van belasting.
    • Voor bestaande reserves vóór 1 januari 2026: keuze om na 3 jaar uit te keren tegen 6,5% (in plaats van na 5 jaar tegen 5%); keuze af te stemmen op individuele situatie en first-in-first-out-principe.

Verstrengde DBI-voorwaarden voor grote ondernemingen

  • Vanaf aanslagjaar 2026 (dus mogelijk al voor boekjaren vanaf 2025) geldt voor grote ondernemingen dat de participatie voor DBI-aftrek minimaal 10% moet zijn of een aanschafwaarde van minstens 2,5 miljoen euro, én het karakter van financieel vast actief moet hebben (duurzame band, geen loutere belegging).
  • Wijzigingen van het boekjaar na 3 februari 2025 zijn niet tegenstelbaar om misbruik te voorkomen.

Wijzigingen DBI-bevek

  • Fiscale behandeling verandert als niet voldaan wordt aan de minimale bedrijfsleidersbezoldiging: de roerende voorheffing op coupons is dan niet langer verrekenbaar of terugbetaalbaar.
  • Meerwaardebelasting van 5% ingevoerd, maar niet van toepassing bij inkoop van eigen aandelen door de DBI-bevek zelf.
  • Mogelijke verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging staat (nog) niet in wetgeving.

Decisions

  • Tussentarief van 20% bij VVPR-bis afgeschaft voor nieuwe aandelen (vanaf 2026) — praktijk wijst uit dat het effect gering is, omdat de meeste vennootschappen toch wachten tot 15% mogelijk is.
  • Verhoging gecombineerde belastingdruk liquidatiereserve naar 15% — gelijkstelling met VVPR-bis gewenst; wachttijd verkort van 5 naar 3 jaar.
  • Verstrenging DBI-participatievoorwaarde grote ondernemingen — beoogt loutere beleggingen uit te sluiten van DBI-voordeel.
  • Verrekenbaarheid roerende voorheffing bij DBI-bevek gekoppeld aan minimale bedrijfsleidersbezoldiging — sturing richting correcte bezoldigingspolitiek.

Open Questions / Follow-Ups

  • Individuele opportuniteit om vervroegd (na 3 jaar) uit te keren uit liquidatiereserves aan 6,5% in plaats van 5% na 5 jaar: situatie-afhankelijk, te bespreken met relatiebeheerder.
  • Eventuele toekomstige verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging (45k → 50k euro): nog geen wetgeving of ontwerpwet bekend.
  • Voor alle persoonlijke en uitzonderingssituaties wordt verwezen naar de KBC-relatiebeheerder voor advies op maat.